Ons Dorp
Terug

Ons Dorp

Filmbeelden uit de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw. De jaren waarin de Enschedese ondernemer Johan Adolfs en zijn filmers met Paillard Bolex-camera's stad en land afreisden om dorpsfilms op te nemen.

Website
v1.4.183.re0ed6a2c5d
Ondertiteling

Meest recente aflevering

Ruurlo 1966

Donderdag 9 juli

De allegorische optocht, het zegt de jongeren onder ons waarschijnlijk niets maar het vormde in 1966 het hart van het septemberfeest in Ruurlo. En wat Wilhelm Tell daar nou te zoeken had, we zullen het nooit weten, net als de vraag wat die olifant daar nou deed. We vermoeden dat het iets met een lokale 1 april grap te maken heeft.Het kasteel van Ruurrlo wordt in dei tijd nog bewoond door het adelijk gesalcht van Heeckeren van Kell. We zien een dorp waarin de agrarische stand nog hoogtij viert, de enige andere werkgever van belang is het confectie-atelier van Lovable. Toch kent Ruurlo in die tijd nog een heuse technische school annex lagere landbouwschool. Ruggegraat van de dorpsgemeenschap is het verenigingsleven, men vermaakt elkaar: is het n iet met sport dan wel met muziek of toneel. Bijna elke kern van de gemeente telt wel een toneelvereniging.

De allegorische optocht, het zegt de jongeren onder ons waarschijnlijk niets maar het vormde in 1966 het hart van het septemberfeest in Ruurlo. En wat Wilhelm Tell daar nou te zoeken had, we zullen het nooit weten, net als de vraag wat die olifant daar nou deed. We vermoeden dat het iets met een lokale 1 april grap te maken heeft.Het kasteel van Ruurrlo wordt in dei tijd nog bewoond door het adelijk gesalcht van Heeckeren van Kell. We zien een dorp waarin de agrarische stand nog hoogtij viert, de enige andere werkgever van belang is het confectie-atelier van Lovable. Toch kent Ruurlo in die tijd nog een heuse technische school annex lagere landbouwschool. Ruggegraat van de dorpsgemeenschap is het verenigingsleven, men vermaakt elkaar: is het n iet met sport dan wel met muziek of toneel. Bijna elke kern van de gemeente telt wel een toneelvereniging.

In de dorpsfilm in Dreumel straalt het optimisme je tegemoet. We zien een dorp dat de sporen van de oorlog achter zich heeft gelaten, want een volk dat leeft bouwt aan de toekomst. Er is volop werkgelegenheid mede dankzij de komst van een aantal meubelfabrieken en Swarfega waar handzeep voor garages wordt gemaakt.We zien ook een dorp dat volop geniet van de nieuw verworven welvaart: er is een bloeiende middenstand en hier en daar staan mensen zich wat extra luxe toe. Speelgoed voor kinderen bijvoorbeeld. Maar ook een nieuwe fiets of brommer.

Het moet ergens rond Koninginnedag zijn geweest dat de filmploeg van Adolfs in Vorden neerstreek. Het belangrijkste dorpsfeest met de kermis. Op het marktplein worden de attracties van de plaatselijke kermisexploitant de Vries al opgebouwd. En als de brandweer uitrukt voor een manhaftige oefening zien we in een hoek van het beeld de paal voor het vogelschieten staan. Hoewel Vorden bekend staat als het achtkastelendorp komen er daar maar twee in beeld. Wel wandelt er heuse adel voor de camera langs: Arend baron van Westerholt van kasteel Hackfort die bij leven al bekend stond als de "lastigste man van Vorden". Verder brengen de filmers een bezoekje aan de plaatselijke trots: fietsenfabriek EMPO. Na een rondgang langs diverse scholen wordt het uiteindelijk tijd voor de traditionele optocht en daarin is een bijzondere rol weggelegd voor de plaatselijke socialisten die van de gelegenheid gebruik maken om de eis voor een staatspensioen nog eens kracht bij te zetten.

In de dorpsfilm van Epe duikt een van die typische dorpsfiguren op die we vandaag de dag zo nodig missen. Dina van Eek, dierenliefhebber, imker en pijprookster. De film begint op de wekelijkse warenmarkt waar, in navolging van Bert Haanstra. het publiek wordt vastgelegd met de verborgen camera. Dat Epe in die jaren al een toeristische trekpleister is blijkt uit de beelden van het plaatselijke VVV kantoor. En waar ieder zichzelf respecterend dorp tegenwoordig een Kulturhus heeft had Epe in 1954 al de Eper gemeentewoning. Trots van het dorp is het net geopende bejaardenoord 'Licht in Duuster'.

De Spalstraat in Hengelo telt in 1965 een ongeëvenaard aantal cafe's. Vrijwel huis aan huis wordt er wel geschonken, ook als in de meeste van die "kroegen" alleen op marktdag. Want daar staat Hengelo in de wijde regio bekend om: de paardenmarkt Al weten ze in '65 nog niet dat er in 2013 een einde zal komen aan een 355 jaar oude traditie. Ook voor de meeste inwoners is het dorp de wereld. Maar wel een wereld waar je nog alles vindt wat je maar nodig kunt hebben. Bovendien een wereld waarin steeds meer dorpelingen zich gemotoriseerd voortbewegen getuige het aantal autobedrijven dat voor een plaats van deze omvang best indrukwekkend genoemd mag worden. Maar de absolute trots van het dorp is toch wel de "Quick". Welke vaderlandse voetbaltopper is er niet groot geworden op het roemruchte merk met de twee brede banden? In de film zien we dat het niet bij voetbalschoenen alleen bleef maar dat er ook al hoge noren en kunstschaatsen werden gemaakt. En heeft u ooit gehoord van electirsche vrouwen. In 1965 bestonden ze, in Hengelo.

Als je in 1970 Wapenveld zei, dan zei je verffabriek en Berghuizerpapierfabriek. Want dat waren in die jaren de grootste werkgevers van het dorp dat in die jaren een enorme groeispurt doormaakte. We zien de nieuwbouw op het opgespoten stuk grond aan het Apeldoorns Kanaal. En waar gebouwd wordt worden ook kinderen geboren. Dat blijkt wel uit het aantal scholen dat we in de film tegenkomen. Over bakkers hadden ze ook niet te klagen maar van de 8 die Wa[emveld er toen telde is er anno nu geen meer over. De prijs van de vooruitgang? Ook van de BB, de bescherming burgerbevolking iis na de val van de muur in Berlijn weinig mee vernomen. Wapenveld 1970. Het dorp van de padden, want dat is de bijnaam van de Wapenvelders.

In deze aflevering is het 'dorpse' Zelhem is nog volop te zien; de ons-kent-ons-sfeer blijft overeind tot in de jaren zeventig. Boeren, bouwvakkers en andere vakmensen bepalen het karakter van het Achterhoekse plaatsje. Het verenigingsleven is er sterk en het wemelt er van de kleine middenstanders. In 1966 is de Lambertikerk eindelijk in volle glorie hersteld. De kerk raakte in de laatste weken van de oorlog zwaarbeschadigd.

Het is drie jaar voordat de serie op tv zal verschijnen. Maar in Zuilichem hadden ze in 1964 al hun eigen Pipi Langkous. Jetty het sterkste meisje van het dorp neemt het met touwtrekken op tegen alle jongens van de school Tien keer raden wie wint? Het dagelijks leven speelt zich af op en rond de dijk die het dorp tegen de Waal moet beschermen. En als die dijk een paar jaar later wordt verzwaard gaat het Zuilichem dat we op de film zien voorgoed verloren.

In de film van Beek krijgen we een inkijkje in het rijke roomse leven in die dagen: een plechtige doop, niet zoals tegenwoordig in het weekend maar gewoon op een doordeweekse dag. De moeder is er niet bij, ligt nog in het kraambed, maar van de kerk moet er gedoopt worden om te voorkomen dat er een zieltje verloren gaat. Beek is een kinderrijk dorp en die kinderen werken allemaal mee om in het onderhoud van het gezin te voorzien. Knollen afzetten op een of bosbessen plukken in 'de' bos. Of je gaat aan de slag bij een van de twee champignontelers in het dorp. In de film zien we een hecht dorp met rijk bloeiend verenigingsleven en spil daarvan is de schutterij.

De jeugd van Eibergen zal weinig goede herinneringen hebben aan de dorpsfilm die in 1966 werd gemaakt. Want daarin zien we het optreden van 'de beul' ook wel bekend als de schooltandarts. Eibergen is dan een dorp dat een stormachtige groei doormaakt door de uitbreiding van de Rekkense inrichtingen en de komst van militair kamp Holterhoek. Onder leiding van burgemeester Frans Hermsen wordt er volop gebouwd en gesloopt. Overigens niet tot genoegen van alle Eibergers. In die jaren is de textielindustrie nog een belangrijke werkgever en is de invloed van die industrïelen op alle fronten nog merkbaar. En ook toen al werd er gesproken over de doortrekking van de A18. De rest van de geschiedenis is bekend want die doortrekking zou nog vijftig jaar op zich laten wachten.

In Voorthuizen zien we in 1968 opeens het hipste voertuig van die tijd voorbijkomen: de vouwfiets, hardstikke handig behalve dan dat ze in die jaren ook nog wel eens onder het fietsen wilden vouwen. We zien militairen van de nabijgelegen kazernes door het beeld marcheren, in die tijd nog heel gewoon. Maar wat we vooral zien we dorp met een bloeiende middenstand wat voor een deel te verklaren is door de opkomst van het toerisme naar de Veluwe. Het bijzondere aan deze film is dat die in opdracht van Bartimeus werd gemaakt, het instituut voor blinden- en slechtzienden die hiermee nieuwe bronnen van inkomsten weet aan te boren. Het is aan de dan pas 17-jarige Evert Jan van Norden om zoveel mogelijk mensen voor de camera te krijgen. Als dank mag hij een paar keer prominent voor de camera optreden.

In Valburg gingen de kinderen in 1966 al heel vroeg naar de kroeg, uit noodzaak omdat de school met een nijpend ruimtegebrek kampte. Valburg is dan nog een dorp in het wijdse Betuwse land. Pas een jaar later zal worden begonnen met de aanleg van de A15 en nog een paar jaar later met die van de A50. De trots van het dorp is Nieuw Leven, de standerdmolen, die heel vooruitstrevend in die dagen al een vrouwelijke molenaar heeft, of moeten we het over molenaresse hebben? Ze zijn er sowieso vroeg bij want in 1966 heeft Valburg al een bloeiende carnavalsvereniging die de film mag afsluiten.

In Kerkdriel komen we midden in de verkiezingsstrijd van 1970 terecht. De plaatselijke ondernemer Goesten maakt handig gebruik van de situatie door in de afsluitende optocht een aantal reclamewagens voor zijn Lijst 2 mee te laten rijden. Het is sowieso een bijzondere optocht want nooit eerder zagen we een heuse rolschaatsvereniging optreden: de Ker-rolls, beroemd in binnen- en buitenland. En Kerkdriel heeft niet zomaar een fanfare maar een heus jachthoornkorps. Watersport is in opkomst en we zien een heldhaftige demonstratie van de plaatselijke reddingsbrigade. Hart van het dorp is het dan nog dromerige mgr. Zwijssenplein, vernoemd naar de beroemdste zoon van het dorp: bisschop Zwijssen, ooit de eerste aartsbisschop van Nederland.

Lichtenvoorde laat zich in de dorpsfilm van 1960 van een bedrijvige kant zien. Vooral de leerfabrieken geven de toon aan, Herwalt met handtassen en leer voor schoenen en meubels en Hulshof Leder en Metaal met zadels en grote hoeveelheden koffers.Lichtenvoorde heeft in 1960 een prachtig natuurbad (ook wel strandbad genoemd) waar in dat jaar alweer gemengd gezwommen mag worden. Een bijzondere club is Postduivenvereniging De Blauwe Doffer die hun vogels lossen op een plein in het dorp. Bij de optocht is PSV aanwezig, de Protestante Sport Vereniging, die ook een eigen drumband heeft. Een levendige Achterhoekse gemeenschap met heel veel verenigingen.

Het is een winderig dagje als de camera van de dorpsfilmers in 1966 Heelsum bezoekt. Het plaatsje van papierfabriek en pensionado's zit volop in de vernieuwingsfase. De rustzoekers uit het westen komen hier helemaal aan hun trekken, fraaie (wandel)natuur, geen drukke woonplaats en met de bus zo naar de grote stad indien nodig. En de boodschappen die haal je helemaal zelf bij Crum's Wensbediening aan de Prins Bernhardlaan. Daar mag je alles zelf pakken en in je mandje leggen en dan afrekenen bij de kassa bij de uitgang. Aan de oostkant van het dorp staat het door inwoners zelf in elkaar gezette oorlogsmonument. Gemaakt van onderdelen van anti-tankgeschut dat na de bevrijding in de omgeving is verzameld. Een nieuw zorgcentrum en een moderne katholieke (St. Joseph)kerk met een vrijstaande toren staan in de steigers of zijn nog zo goed als nieuw. De kerk heeft ook bij opening nog geen klokken, maar toch beiert het behoorlijk als de deuren opengaan. Creatieve geesten hebben klokgelui op band gezet en met een flink volume door het dorp laten dreunen! Van een echte optocht is in Heelsum geen sprake, we zien wel de wandelclub van de Van Limburg Stirumschool passeren, maar daar blijft het ook bij. Voetbalclub Redichem doet nog een sportieve duit in het zakje en legt een lekker potje op de mat van het sportpark waar ook korfbalclub DKOD de bal in de mand wist te krijgen.

Inwoners van Emst mogen 70 kilometer per uur door hun bebouwde kom rijden, tenminste volgens de verkeersborden in de dorpsfilm van 1964. De filmers van Adolfs zijn er op één van de dagen van het Emster Feest in augustus, dus 27, 28 of 29 augustus. Op het feestterrein zien we versierde fietsen en gekostumeerde mensen, waaronder een jong boertje met een melkbus en een bord met de tekst 'Al is de boer maar klein, zijn product mag er zijn'. Hij zou zo aan kunnen sluiten bij de boerenprotesten van eind 2019. Veel werkende inwoners komen bij de 'wattenkaste' terecht, de fabriek van Utermöhlen waar op grote schaal watten worden geproduceerd voor binnen- en buitenland. Zand, grind en andere zaken worden getransporteerd door twee families Eiland, om ze uit elkaar te kunnen houden rijdt de één in rode vrachtwagens en de ander in blauwe (de rode en de blauwe Eiland). De camera gaat ook nog even aan bij het kleine woonwagenkampje in het dorp. In de afsluitende optocht zien we vier muzikale jongeren met gitaren, die we ook zien spelen, geen echt wilde rock&roll maar soft en swingend. Ook de gasten van de plaatselijke jeugdherberg (NJHC-spandoek) lopen vrolijk mee. Muziekvereeniging Prins Bernhard leidt de muzikale finale in, en het bleef nog lang onrustig in het Veluwse plaatsje.

Het in de oorlog flink gehavende Driel is in 1967 eigenlijk nog steeds bezig met wederopbouw. Inwoners doen het zuinig aan, maken hun eigen kleding, verbouwen hun eigen groente en fruit en veel kinderen helpen thuis of op het land. Ook thuiswerk voor oa de HEVEA-rubberfabriek wordt veel gedaan als bijverdienste. En de band met de bevrijders, de Polen, is zoals het monument aantoont ook dan al stevig. De mannen van de BB (Bescherming Bevolking) sluiten de traditionele optocht al rennend af om te bewijzen dat ze fit zijn en paraat staan.

Hummelo 1956. We blikken terug op het leven van Bennie Jolink, hij is dan 9 jaar en flaneert in zijn korte broek een paar keer voor de camera. De dorpsfilm van Hummelo 1956 is alleen daarom al heel erg de moeite waard om te bekijken.

Op de Maas bij Heerewaarden dobberen woonboten en schokkers, Heerwaarden was ooit een dorp van vissers maar de vervuiling van de rivieren gooide roet in het eten. Op de steenfabrieken gaat het werk gewoon door, dus sjouwen met die kruiwagens is het motto. De camera doet ook nog even het gehucht met de verdwaalde naam Veluwe aan en brengt ook de mooie, nog smalle dijkweggetjes en het Kanaal van Sint Andries in beeld, de plek waar Maas en Waal elkaar bijna raken.

Bij de modezaak van Udo kun je terecht voor stevige werkkleding van K(an)L(anger) M(ee) en op het consultatiebureau worden kinderen gewogen en mag een enkele gelukkige met een grote, donkere bril op op de zonnebank. Harmonie Concordia oefent, net als het dameskoor en we zien ze allemaal terug in de optocht. Na het paraderen voor de camera rennen de jonge, schaars geklede gymnasten snel naar huis, met 9 graden is het een koude dag. De andere deelnemers met een regenjas doen het rustig aan en nemen er na afloop nog ééntje in het plaatselijke café.

Het is een mooie dag want veel mensen zitten buiten, al dan niet in moderne tuinmeubels en op het erf van een boerderij is een draad gespannen en wordt een potje badminton gespeeld. Als de cameraman het naambord van café Alofs in beeld brengt lijkt hij zelf al een tikkie aangeschoten, maar gelukkig houdt hij bij de andere opnames de camera wel recht.
De muzikale familie Heister bespeelt een behoorlijk aantal instrumenten in de voortuin. Pa Heister mag met de sambaballen aan de slag en Herman (verteller bij deze film) zelf blaast dapper op zijn tuba.

Het is populair in die periode dus gaan de inwoners ook aan het Zeskampen en worden (al dan niet in voetbalshirt van Den Dam) allerlei halsbrekende toeren uitgehaald op stelten en meerpersoons-ski's. De optocht is wat aan de korte kant; alleen Schutterij Wilhelmina en Fanfare Sint Jozef paraderen door het Achterhoekse dorpje.

Rode draad in deze dorpsfilm zijn de kloosterzusters van Giesbeek. Om precies te zijn de Zusters-Dochters van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. Ze woonden in klooster Sint Melanie en gaven les op de scholen, zorgden voor de ouderen en zieken en namen ook de tijd voor hun gebeden. Dynamisch waren de nonnen zeker, let maar even op zuster Hillegonda die uit een Daffodil stapt.

Een ander religieuze VIP in het dorp is de pastoor die we al typend zien, al rijdend in zijn mooie Opel Rekord en in gezelschap van de jongedames van het Katholiek Meisjes Gilde. Giesbeek is nog een echt dijkendorp met de molen De Hoop en een lunchroom met de geweldige naam 'Jong Gelderland'. En dat jonge Gelderland staat hongerig binnen te wachten op een ijsje of een puntzakje patat. En in de jukebox zitten ongetwijfeld singletjes van Roy Orbison, The Beatles en het Cocktail Trio.

Het dorpsleven van Vaassen komt uitgebreid in beeld in deze aflevering van Ons Dorp. We zien de mensen thuis, in hun bedrijf, bij de fabriek waar ze werken en natuurlijk in verenigingen. De filmploeg doorkruist het plaatsje op een regenachtige maandag.
Ook het Molukse woonoord komt in beeld met de scholen en het enorme enthousiasme en de vrolijkheid van de kinderen is prachtig om te zien. Bij Bervoets kleding zoekt een dame (ondanks de regen) naar een badpak en bij Rijschool Roffel wordt theorieles gegeven en zien we een lachende jongeman een examen afleggen. De boerendansers geven een demonstratie bij kasteel De Cannenburg en de afsluitende optocht is een enorm spektakel met heel veel groepen, zoals scouting, gym, voetbal en muziek.

Slagerszoon Gerard Gerritsen (hij geeft ook commentaar bij deze dorpsfilm) is prominent in beeld Eén keer wanneer hij met zijn bezorgfiets op pad gaat en een tweede keer al zagend in een dikke koeien-schenkel samen met zijn vader. In de volgende scene zien we een talentvolle jonge acteur met een schoen met gat door een plas water lopen. Dat roept om reparatie en dus komt een bezoek aan schoenmaker Bleekman uitgebreid in beeld. De winkeliers betaalden in de meeste gevallen zo'n 20 gulden voor dit soort reclame.

Mooi is om het prachtige landschap van 't Montferland op de achtergrond te zien bij werkende en sportende dorpelingen die daarvoor wel tussen de koeienvlaaien van het vee van Dorus Wassink moeten laveren. Let ook op de in fraaie rokken gestoken gymdames op het schoolplein, het zogenaamde ongeluk waarbij de EHBO te hulp schiet en de voetballers en handbalsters.

Kapsalon Bruntink zit al sinds de jaren dertig aan de Dorpsweg in Spankeren en is met zijn tijd meegegaan. De flitsende droogkappen zijn daarvan het bewijs. Aan de gevel is niet te zien dat het om een kapperszaak gaat, enkel een bordje op de vensterbank wijst daarop. De cameraploeg gaat ook de oprijlaan naar kasteel De Gelderse Toren op en moet aan de bewoonster utleggen wat ze komen doen. Blijkbaar is filmen akkoord want toren (met gracht en dubbele brug) en tuin komen fraai in beeld. Ook het prachtige hotel Laag Soeren met vijver aan de voorkant komt voorbij. Het gebouw staat door jarenlange leegstand en verpaupering nu bekend als het 'spookhotel'.

Op Hoeve Pietrain van de familie Stenfert net buiten Laag Soeren worden opvallende scharrelvarkens gehouden en gefokt. Het vleesvarken is een kruising tussen een Belgisch en Engels ras dat stamt uit Petrem in België (Pietrain in het Frans). De bontgekleurde biggetjes die buiten lopen zijn een toeristische trekpleister van jewelste.

De dorpsfilm van Kootwijkerbroek opende voor veel inwoners dramatisch. De Puurveense molen die in beeld komt was namelijk kort voor de eerste vertoning in vlammen opgegaan. Het duurde ruim 50 jaar voor het dorp weer een nieuwe molen zou krijgen. De film werd gemaakt op verzoek van de Bond van Plattelandsvrouwen die, zo leek het, speciaal voor de film aan het borduren sloeg om een prachtig tafelkleed te kunnen presenteren.
Voor ontspanning werden de inwoners lid van de korfbalclub DWS ('Door Wilskracht Sterk'), de modelvliegclub, muziekgroep De Puurveense Zangvogels of accordeongroep De Energico's. De meesten van hen zijn te zien in de afsluitende optocht waar ook sommige middenstanders zich nog een keertje laten zien.

Winkels genoeg in het Groessen van 1964, maar liefst acht stuks. We gaan op bezoek bij Cornelis Wouters, Theet Nass en Jan Holland. Te zien zijn een SPAR-super en een VéGé-concurrent, en een winkel met de Hofnar-sigaren naast de geneesmiddelen. In het warenhuis mag een meisje een nieuwe pop showen en in de automatiek wordt een ouderwets blok roomijs met wafels uitgedeeld. Voor een biertje is er café Holland, waar overdag een lekker soepje bij het biljart wordt geserveerd en in de avond het koor oefent. In café Bloemberg heeft de heel jonge jeugd het voor het zeggen aan de bar en ook bij het biljart. Tijdens de optocht met harmonie en scouting blinkt vooral de schutterij uit met vlekkeloos witte outfit.

Warnsveld is in 1966 nog een trotse zelfstandige gemeente. Maar in verte loert het monster van de herindeling. In de loop van 40 jaar moet Warnsveld steeds meer van haar grondgebied prijs geven. Uiteindelijk wordt de plaats zeer tegen de zin van de bevolking, ingelijfd bij Zutphen. Maar daar is in '66 nog geen sprake van. We zien hoe het doorgaande verkeer nog dwars door de bebouwde kom gaat. In het dorp zelf komen de groenteboer met zijn uitstal-vrachtwagentje en de bakker met zijn bakfiets nog gewoon aan huis.

Otterlo kent dankzij de toeristen ook in de jaren zestig al een groot winkelbestand. De slagers geven kinderen een plakje worst en de moeders leren hun kroost om 'Dankjewel slager' te zeggen.
Het Tegelmuseum in het dorp is de enige in zijn soort in ons land. De cameraman wordt er rondgeleid door oprichter-eigenaar Gerrit Feenstra, een architect uit Arnhem die het belang van verzamelen van dit kleine erfgoed op tijd inzag.

Het consultatiebureau komt in beeld en in café-restaurant De Waldhoorn dineert een groepje dames met smaak. Het kleine woonwagenkampje met haar kleurrijke bewoners moest van de gemeente verkassen, veel kampbewoners verlangden na de verhuizing terug naar hun fijne plek in Otterlo. In de optocht passeert prominent muziekvereniging OBK (Oefening Baart Kunst) ook al omdat zij de filmmakers naar het dorp hebben gehaald.

Het is maandag wasdag 15 augustus 1966 en de cameraman brengt dat duidelijk in beeld in Bruchem in de Bommelerwaard. En als de was dan droog is dan wordt er ook gestreken. Op de lagere school is het tijd voor aardrijkskundeles aan de atlassen op de tafeltjes te zien.

Veel oudere inwoners zijn nog actief op het land of bij het melken van de koeien. De aardappels worden lekker buiten voor het huis geschild en veel dames zijn druk bezig in de (moes)tuin. Bij diverse Bruchemmers met pet is de sigaar populair, een enkeling steekt voor de show zijn pijp in de mond. Een jongedame laat in plaats van een hond een geit aan een touw uit en de slager is bezig zijn eigen 'varkentje te wassen' voor er worst en karbonades van wordt gemaakt.

Speelt nu af

Speelt nu af